Shapecaret-double-leftcaret-double-rightcaret-downcaret-leftcaret-right-circlecaret-rightShapeclosedropdownexpand morefacebookLogolinkedinlogo-footerlogo-marklogo-mobilemailplaysearchtwitteryoutube
Menu Sluiten
article

Heb jij een hands-on mentaliteit?

De mensheid heeft zich in de afgelopen eeuwen ontwikkeld van primitieve wezens tot wie we nu zijn. Dit hebben we bereikt door hulpmiddelen te gebruiken. Andere soorten maken basaal gebruik van hulpmiddelen, maar wij hebben het zo ver doorgevoerd dat we hulpmiddelen maken om hulpmiddelen te maken om hulpmiddelen te maken... Ik ben betrokken geweest bij het ontwikkelen van een hulpmiddel om een kalibratie-instrument te kalibreren, zodat een grote machine een onderdeel van een product kan maken. Er is echter ook een verontrustende tegenbeweging gaande. Onze technologie is binnen een paar decennia verandert van fysiek en mentaal, naar digitaal. Dit betekent dat ingenieurs hun fantasie de vrije loop kunnen laten gaan, want de virtuele mogelijkheden zijn eindeloos. Ik ben zelf een praktisch ingestelde ingenieur; ik werk graag met mijn handen. Ik gebruik echt materiaal om werkende dingen te ontwerpen. Ik gebruik om uiteenlopende redenen soms virtuele elementen, zoals CAD-modellen (en dit is toegenomen door 3D-printen). Mijn uiteindelijke doel is echter altijd een tastbaar en werkend product/prototype/testmodel.

Ik bezit een soort rariteitenkabinet. Ik verzamel monsters van projectoverschotten, vastgelopen ondernemingen en innovatieve oorlogsbuit uit techniekbeurzen. Dit lijkt voor anderen op een knapzak waar de wonderlijkste zaken uit worden getoverd. Voor mij is het onderdeel van mijn vak. Een manier om problemen op te lossen met onderdelen van andere markten of andere technische disciplines. Mijn verzameling bevat echter ook missers. Dingen die ik heb verprutst of die fout zijn gegaan in mijn team. Ik gebruik deze zaken als voorbeeld als iemand op het punt staat om dezelfde fout te maken.

Ik zal een voorbeeld geven om duidelijker te maken wat de kern is van dit artikel. Iemand gebruikte een centreerpen van 2 mm om twee delen nauwkeurig uit te lijnen. De pen moest in hard geanodiseerd aluminium worden geplaatst, in een kleine opening. Het is echter bijzonder lastig om dergelijke pennen in hun gat te krijgen. Je hebt een kleine pers nodig of een hamer en magie. De pen zoekt zijn eigen weg door het metaal, zodra deze de harde geanodiseerde zijkant van het gat raakt en kan zelfs gaan buigen. Dit kan met name gebeuren als je een pen gebruikt zonder geleidend verloop. De betreffende ingenieur vertrouwde op de FEM-analyse van zijn Computer Aided Design en verzekerde me dat de pen zou doen wat deze moest doen. Ik vertelde over een van de montageoplossingen die ik ken: slijp de pennen aan één kant en lijm ze vast. Misschien vind je dit absurd of ben je boos op de montagemedewerker, maar neem een pen van dat formaat, trek cleanroom-handschoenen aan en probeer het eerst zelf.

De ingenieur probeerde me te overtuigen met zijn berekeningen en zijn veiligheidsmarge van 300%. Toen hij ten slotte toch instemde met een grotere pen, stelde hij een lengte van 2,5 mm voor. De discussie begon van voren af aan toen ik hem vroeg om een pen van 8 mm te maken. De pen werd uiteindelijk aangepast naar een keurige 4 mm met geleidend verloop of voldoende ruimte om in te voegen. En laat mijn kabinet nu toevallig zulke kleine pennen en cleanroom-handschoenen bevatten. Zaken die je kunt aanbieden aan een koppige ingenieur. Samen met een inbussleutel van 0,5 mm en een M1,6-schroef.

'We lopen als ingenieurs het gevaar dat we vergeten waar we goed in zijn.'

En nu waar het om gaat. Waarom gebruikte deze ingenieur zulke kleine pennen? Het antwoord is heel eenvoudig. In zijn virtuele wereld wordt de pen geplaatst met beperkingen, zonder lijm, hamer of handschoenen en de onderdelen worden nauwkeurig uitgelijnd zonder risico op buigen. De pen lijkt op het scherm ook helemaal niet klein. Met name als het kleine onderdeel schermvullend wordt weergegeven. De ingenieur heeft geen goed beeld van de werkelijkheid.

We lopen als ingenieurs het gevaar dat we vergeten waar we goed in zijn. Mensen maken hulpmiddelen. Maar we worden steeds minder praktisch en doen minder met onze handen. Hoeveel technische professionals hebben de afgelopen vijf jaar een draaibank of een freesmachine gebruikt? Hoeveel ingenieurs hebben zelfs geen werkplaats in de buurt? En als er wel een werkplaats is, mogen ze vaak de schuifmaat niet lenen. We raken de binding met onze achtergrond kwijt. En dat is te merken. Neem een kijkje bij een gemiddelde ontwerpafdeling en probeer te raden wat de beroepen zijn van de mensen die daar zitten. Door virtuele hulpmiddelen te gebruiken, krijgen we als technische experts ook een virtuele identiteit.

Wat kunnen we doen? Ik denk dat dit een fantastische kans is voor de mensen wiens handen nog steeds gaan jeuken als ze echt gereedschap zien. Je kunt adequater handelen als je op je werkplek een gereedschapskist met belangrijke hulpmiddelen hebt. Om bijvoorbeeld iets te testen, een kleine wijziging door te voeren of voor een snelle montage als het druk is. Zo kun je onafhankelijker en doelgerichter werken en sneller resultaten bereiken.

Je verzameling met hulpmiddelen en monsters is een materiële weerspiegeling van de vaardigheden die je op je cv vermeldt. Ik neem bij sollicitaties een deel van mijn rariteitenkabinet mee. Om te laten zien wat ik heb gedaan, welke eenvoud ik zoek en om te vertellen over de pen van 2 mm. Mijn verzameling is bij het openen van de kist direct onderwerp van gesprek. Zo kan ik laten zien wie ik ben.

Ik heb onlangs het idee bij mijn collega's geopperd om een mechatronische uitbreiding toe te voegen aan mijn rariteitenkabinet. Ik hoop mijn bevindingen in de nabije toekomst te kunnen delen. Ik hoor in de tussentijd graag of jullie ook vinden dat we minder praktisch zijn ingesteld en minder met onze handen werken.

Geschreven door: Erik Niels Boerma, Inventive Design Engineer bij TMC  

Wat is je volgende stap? We kunnen je daarbij helpen